Zondag 29 april 1990 begon als een mooie zonnige lenteochtend. Het geluid van kerkklokken schalde over de kippenschuren van de Gelderse Vallei. Vrome mensen gingen naar de kerk en zondaars sliepen uit. Tussen het gekletter van de klepels tegen de gietijzeren klokken klonk een krijs, een gil en een laatste puf. Benjamin van der Velden kwam op Aarde.

Een zondagskind. Een doodgewone jongen zou je zeggen: 10 vingers en 10 tenen. Maar nog voordat de navelstreng werd doorgeknipt liet Benjamin het al lopen. Letterlijk en figuurlijk. Hij drukte zijn stempel, ook op de witte muur naast zijn kraambed. De toon was gezet.

Nu 27 jaar later waarvan 21 jaar op en af in het schoolsysteem, twijfelt hij of het hoogtepunt van zijn leven zich afspeelde in deze eerste luttele seconden na de geboorte of dat de climax nog komen moet. ‘Ik Ben.’ is kwetsbaar, dwars en observerend. 
Benjamin van der Velden is zijn naam, voor vrienden en vroeg-tutoyerenden simpelweg Ben.